donderdag 25 maart 2010

“Interim-bureaus moeten zich ontwikkelen naar duurzame business-partners voor zowel opdrachtgevers als interim-managers”



Ik werd door het bureau Compagnon voor hun nieuwsbrief geïnterviewd hoe ik aankijk tegen de veranderende interimmarkt:  

De interimmarkt heeft een zwaar jaar achter de rug. De markt is weer aan het herstellen. Maar de markt van interimprofessionals en bemiddelingsmbureaus is ook in beweging. Hoe kijkt Hugo-Jan Ruts, zelfstandig interim-manager, aan tegen de ontwikkelingen in de markt?

Ik ben zelf zo’n 12 jaar actief in de interimmarkt. Eerst vanuit de bureau kant, later als opdrachtgever en nu ben ik bijna drie jaar zelf interimmer. In die tijd is er veel veranderd. De markt is nu veel volwassener. Twaalf jaar geleden waren bureaus puur intermediairs. Vraag en aanbod kon elkaar
simpelweg niet vinden. Dat is hard aan het veranderen. Door internet, maar ook omdat zowel opdrachtgevers als interimmers steeds meer gewend zijn zelf zaken te doen. Daarmee verandert ook de rol en positie van bureaus. Althans, zo zou het mijn inziens moeten zijn!   

Wat verwacht jij dan bemiddelingsbureus?
Kijk, in de eerste plaats natuurlijk simpelweg goede opdrachten. Daar draait het om. Opdrachten die ik zelf niet weet te acquireren. Omdat mijn netwerk blijkbaar te klein is, of omdat ik me liever focus op de uitvoering van opdrachten.

Maar ik verwacht ook van een bureau dat ze met me meedenken over hoe ik de opdrachten kan krijgen die passen bij mijn ambitie, wat ik wil. Dus dat een bureau niet alleen maar sec denkt vanuit een in te vullen opdracht, maar ook vanuit het aanbod van hun interimmers. Als een bureau dat voor mij voor elkaar krijgt, heb ik er geen bezwaar tegen dat een bureau een deel van de omzet ontvangt.

Daarbij zie ik in de markt ook steeds meer een vraag ontstaan naar tijdelijke expertise, advies en projectopdrachten. Niet alleen maar het tijdelijk invullen van een positie, de ‘handjes’ voor een paar maanden, maar het uitvoeren van projecten. Veel interimmers hebben daarvoor juist de mix van kennis, advieskwaliteiten en genoeg hands-on ervaring om ook te kunnen implementeren. Vaak beter dat adviseurs van regulier adviesbureaus. Als interimmer is het alleen vaak lastig om in beeld te komen voor dat soort opdrachten. Onder andere omdat je eenpitter bent. Een bureau als Compagnon zou daar een mooie rol in kunnen spelen.

Hoe zie je dat dan voor je?
De kernkwaliteit van Compagnon is toch het bij elkaar brengen van mensen en het zien van marktkansen. Identificeer die marktkansen, breng een groep interimmers bij elkaar en benader gezamenlijk de markt. Je faciliteert nieuwe werkvormen, biedt je interimmers mogelijkheden die ze als eenling niet snel voor elkaar krijgen en je opdrachtgevers krijgt de kwaliteit en het maatwerk dat ze willen. Zo ontwikkel je je als bureau van klassieke intermediair naar een duurzame businesspartner zowel voor interimmers als opdrachtgevers.
  
Bron: Compagnon nieuwsbrief

donderdag 18 maart 2010

Myler, bemiddelingssite voor ZZP-ers, houdt vol

Een jaar geleden lanceerde de combinatie Achmea,  Numa Group en Manpower hun platform voor ZZP-ers in de zakelijke dienstverlening en ICT, Myler. Na een moeizame start, waarin de naam gewijzigd moest worden, ging Myler in het voorjaar van 2009 echt van start. Dit in de slipstream van initiatieven van andere grotere bedrijven als InInterim van VNU en Associates van ABNAMRO.

Erg zichtbaar in de markt was Myler het afgelopen jaar nog niet. Daar waar InInterim en Associates hun businessmodellen noodgedwongen veranderden (InInterim richting een community-site en Associates liet het betaald lidmaatschap los), was het afwachten hoe Myler zich in deze lastige markt zou handhaven. Ze geven de strijd nog niet op. In tegendeel. Per 1 januari is Mike Tomey aangetrokken als nieuwe directeur. Tomey, afkomstig van de Rabobank, is bezig zijn team uit te breiden, gaat verhuizen naar Zoetermeer en is ambitieus. Tijd voor een gesprek.

Vol ambities
Tomey vertelt enthousiast over Myler en de ambities. ‘We willen ZZP-ers in staat stellen om in alle vrijheid te kunnen ondernemen en te werken. We zorgen voor de administratieve afhandeling rondom opdrachten en kunnen bemiddeling tot stand brengen. Daar staat een vaste vergoeding per gefactureerd uur tegen over. Zonder verdere verplichtingen, zonder lidmaatschapfee, zonder ingewikkelde contracten, zonder onduidelijke
marges en zonder concurrentiebeding. Daarnaast wil Myler uitgroeien tot een actieve community voor ZZP-ers in het ‘professionals’-segment. On- en offline. Myler heeft nu een kleine 5.000 ingeschreven leden. ‘Dat moeten er dit jaar zeker 10.000 worden’, stelt Tomey. Myler organiseert regelmatig bijeenkomsten en wil dat verder uitbouwen  Dat je via Myler verzekeringen kan afsluiten bij Achmea dochter Zilveren Kruis mag geen verrassing heten. ‘Samen met business partners willen we het servicepakket voor ZZP-ers verder uitbouwen. Waarbij we nergens als partij tussen de businesspartner en de leden in willen zitten. Alles is daarmee transparant.’

Aantal opdachten erg mager
Mike Tomey is ambitieus, toch zal het bij Myler niet zijn meegevallen in 2009. Het aantal opdrachten dat op de site verscheen was erg mager. Veelal voor Achmea, een van de aandeelhouders, of voor het UWV. Zo staan er op dit moment 8 opdrachten op de site waar leden en niet-leden op kunnen reageren. Dat is voor Myler begrippen een een hoog aantal, maar het zijn wel allemaal opdrachten voor het UWV. Opdrachten waar een ZZP-er via de ‘UWV marktplaats’ ook eenvoudig rechtstreeks bij het UWV op kan inschrijven. Dat maakt nog niet de indruk dat Myler een onmisbare site is voor ZZP-ers.

Tomey geeft toe dat de verwachtingen voor 2009 niet waargemaakt zijn. ‘Het heeft in de markt ook niet meegezeten. Maar de cijfers vertonen duidelijk een hockey-stick curve’ stelt hij. ‘Het najaar liet een knik omhoog zien’. 

2010: Naast contracting, meer bemiddeling
Myler heeft tot op heden vrijwel zijn gehele omzet gehaald uit ‘contracting’. Nadat inleners en ZZP-ers elkaar zelf al gevonden hebben, verzorgt Myler het papierwerk en de complience. Dat doet Myler in opdracht voor zowel grotere organisaties als MKB bedrijven. Voor welke bedrijven Myler werkt wil Tomey niet kwijt. Contracting mag een weinig aansprekende vorm van dienstverlening zijn, voor organisaties die het inhuren van zelfstandige professionals zelf in de hand willen nemen kan het nuttig zijn. Zo wordt grip gehouden op alle contractzaken en risico’s beperkt. Het brengt Myler ook in positie om voor die klanten ook de lucratievere  bemiddelingsrol te vervullen. 

Mike Tomey wil dan ook dat Myler veel actiever wordt in die directe bemiddeling. De uitdaging voor 2010 is dat actieve bemiddeling 20% van de omzet levert. Myler vraagt 10% bemiddelingsfee op de gefactureerde omzet bij een geslaagde plaatsing. Voor de bemiddeling worden opdrachten op de site geplaatst. Myler screent de CV’s en stuurt een selectie van de CV’s door naar de opdrachtgever. Tomey zegt dat dit vaak zo snel gaat dat opdrachten paar een paar dagen op de site staan. Een persoonlijke match door middel van een gesprek of telefonisch contact is niet. Het ontbreken van die menselijke schakel in het selectieproces is wel wat veel gebruikers aan zowel de inkoopkant als de ZZP-ers als een gemis ervaren. Tomey ziet dat anders. ‘Wij zijn prima in staat om te selecteren op basis van het profiel van de ZZP-er. Zij kunnen immers heel goed helder maken waar hun kwaliteiten liggen.’

Myler heeft in 2009 een aardige basis gelegd. Het aantal aangesloten leden ligt al aardig in de buurt van een site als InInterim. Daarbij zijn de online activiteiten op InInterim wel veel groter en oogt Myler online nog tamelijk passief. De offline activiteiten die Myler organiseert kunnen goed zijn voor de binding met freelancers. Myler gaat daarbij  een stap verder dan veel andere initiatieven in deze markt. Iets wat zich zou kunnen uitbetalen op het moment dat de vraag naar ZZP-ers weer gaat stijgen. Maar om een serieuze speler in de markt voor zelfstandige professionals te worden zal het aantal opdrachten wel fors moeten groeien. Zowel qua diversiteit van opdrachtgevers als qua kwantiteit. 

woensdag 10 februari 2010

Helft nieuwe banen VS naar externen

In het NRC las ik onlangs een artikel over de arbeidsmarkt in Japan. De Japanse arbeidsmarkt is de afgelopen jaren fors geflexibiliseerd. Een derde van de beroepsbevolking heeft geen vast contract. Arbeidsmarktdeskundigen verwachten dat dat percentage verder zal stijgen tot 40 procent van de beroepsbevolking. Het deed me denken aan een uitspraak van Gary Mathiason, topman bij Littler, het grote kantoor op het gebied arbeidsrecht. Hij voorspelde dat wanneer het economisch herstel in de VS zich gaat vertalen naar meer werkgelegenheid (en de recente cijfers wijzen daar al wel op) de helft van de nieuw gecreëerde banen naar ‘externen’ gaat.

De ‘contingent workforce’ noemen ze dat daar: de optelsom van uitzendkrachten, freelancers, consultants, IT-ers, interim-managers, projectleiders en ander personeel dat als zelfstandige, via pay-rolling of als medewerker van een extern bureau wordt ingehuurd.
In beide landen is er nog al wat op de arbeidsmarkt veranderd in de afgelopen 10-15 jaar.
Japan stond lang bekend als het land waar er simpelweg geen werkloosheid was. Althans officieel. Bedrijven hadden de sociale verplichting overtollig personeel in dienst te houden of zelfs te nemen. Na de diepe en lange economische crisis in de jaren negentig werd de arbeidsmarkt radicaal geflexibiliseerd.

Forse groei freelancers in VS

In de VS is de arbeidsmarkt altijd al erg dynamisch geweest. Fire & hire is veel gebruikelijker. Dat maakt ook dat men minder met externen hoefde te werken. De ommekeer kwam met de (vermeende) Millenniumproblematiek. Daarvoor waren veel en vooral tijdelijk expertise nodig. Daarbij werd outsourcing van niet-kernactiviteiten de trend. Opvallend is dat in de VS het aantal freelancers, juist ook op ‘professionals’ niveau, de afgelopen jaren fors gegroeid is. Zo rond de 8% werkt nu als zelfstandige ‘contracter’ en wordt, al dan niet via bureaus, ingehuurd. Deze manier van werken bestond tot vroeger in de VS nauwelijks (uitgezonderd de entertainment-sector). Die trend was al ingezet ruim voor de bankencrisis en heeft dus niets te maken met het gebrek aan vaste banen of de ontslaggolf. Verwacht wordt wel dat op termijn structureel 25% van de arbeidsplaatsen bij Amerikaanse bedrijven door externen ingevuld worden.

Aanpassingen binnen organisaties nodig

Het werken met zo veel externen en op continue basis vergt vanuit organisaties natuurlijk wel een forse inspanning, zowel vanuit inkoop, juridisch, HR en IT oogpunt. De hele industrie rondom het inzetten van tijdelijke professionals en managers groeit in de VS dan ook hard. Denk aan matchingsystemen, internet-sites, bemiddelingsinitiatieven en contractmanagement-systemen. Mocht Nederland op dat terrein al een voorsprong hebben, dan wordt die snel goedgemaakt.

En Nederland?  

Het CBS meldt ondertussen dat het aantal ZZP-ers in Nederland voor het eerst sinds jaren daalt. Hier en daar wordt dat uitgelegd als een keerpunt in de groei van het aantal freelancers. Dat lijkt me geen terechte conclusie. Het begrip ZZP veel te algemeen om daarmee uitspraken te doen over het ondernemerschap in Nederland of de flexibilisering van arbeid op professionals niveau. Belangrijker is de stuwende kracht van zowel de vraagkant (opdrachtgevers) als de aanbodkant (freelancers) veel te groot is. Ongetwijfeld probeert een deel van de interimmers nu te schuilen onder het relatief veilige dak van een arbeidsovereenkomst. Daarmee is er nog geen trendbreuk. Ik denk dat we in veel sectoren binnen afzienbare tijd op dezelfde percentages zitten als in de VS verwacht wordt. Met alle gevolgen voor organisaties van dien. Positieve gevolgen overigens, mits alle aspecten van het werken met veel externen goed gemanaged wordt.